Leerdoelen
Tijdens het centraal examen wordt de volgende examenstof getoetst.
Tabellen, grafieken en formules
Tijdens het examen wordt gekeken of je:
- een verband kunt weergeven in een tabel en een (gegeven) assenstelsel;
- een lineair verband kunt herkennen in een tabel, grafiek en/of woordformule;
- bij twee grafieken die elkaar snijden het snijpunt kunt aflezen en verklaren;
- werken en rekenen met woordformules.