Hoe ging het?Vul de evaluatie in.
Geef van de volgende stellingen aan of je het er mee eens bent.
1 = helemaal niet mee eens2 = niet mee eens3 = mee eens4 = helemaal mee eens
Je kunt een verband weergeven in een tabel en in een (gegeven) assenstelsel.
Je kunt een lineair verband herkennen aan de tabel, grafiek en formule en kunt berekenen uitvoeren aan een lineair verband.
Je kunt werken met woordformules.
Geef hieronder aan welke onderdelen bij het afdrukken of exporteren meegenomen dienen te worden.