Niet ingelogd
Je bent niet ingelogd. Antwoorden en resultaten worden slechts tijdelijk opgeslagen.
Job gaat verhuizen. Hij huurt hiervoor een aanhangwagen.
Om de kosten van het huren van een aanhangwagen te berekenen, gebruikt Job de volgende woordformule
`"kosten" = 18 + 9 * "tijd"`
Hierin zijn de `"kosten"` in `"euro’s"` en de `"tijd"` in `"uren"`.
Laat met een berekening zien dat als Job de aanhangwagen voor `4` `"uur"` huurt, hij `54` `"euro"` moet betalen.
Job maakt een tabel bij de woordformule voor de kosten van het huren van een aanhangwagen.
`"tijd"` (uur) | `1` | `2` | `3` | `4` | `5` | `6` |
`"kosten"` (`"€"`) | `` | `` | `` | `54` | `` | `` |
Neem de tabel over en vul de tabel verder in.
Job huurt een andere aanhangwagen om zand mee te vervoeren.

Hij kan de kosten aflezen in de tabel hieronder.
In de kosten van de aanhangwagen zit een vast bedrag en een bedrag per uur.
`"tijd"` (uru) |
`1` |
`2` |
`3` |
`4` |
`5` |
`6` |
`"kosten"` (`"€"`) |
`32` |
`40` |
`48` |
`56` |
`64` |
`72` |
Er is een verband tussen de `"tijd"` (in uren) en de `"kosten"` (in euro’s) voor het huren van deze aanhangwagen.
Schrijf een woordformule op die bij dit verband hoort.