Bij speerwerpen probeer je de speer zo ver mogelijk te werpen.Je ziet hieronder een bovenaanzicht van het veld. De speerwerper mag tijdens het werpen met zijn voeten niet over de afwerpboog komen. De afwerpboog is een deel van een cirkel met een straal van `8` `"meter"` met middelpunt `"A"`.
De omtrek van een cirkel bereken me met de formule:
`"omtrek" = 2 xx pi xx "straal"` met `pi \approx 3","14`
De hoek bij punt `"A"` is `36`°.
Bereken de `"lengte"` van de cirkelboog.Geef je antwoord in hele meters.
`"omtrek hele cirkel" = 2 xx 3","14 xx 8 \approx 50","24`
Hoek `"A" = 36`°, dus cirkelboog is `1/10` deel van een cirkel.
`"lengte cirkelboog" \approx (50","24/10) \approx 5 "m"`
`8` `"meter"` is `800` `"cm"`
`800 : 4 = 200` (dus de schaal is `1 : 200`)
De afstand van een speerworp wordt gemeten vanaf de afwerpboog tot de plek waar de speer neerkomt. Sander werpt een speer die neerkomt in punt `"B"`.
`6","3 * 200 = 1260` (`"cm"`)
Het antwoord: `13` (`"meter"`) (of nauwkeuriger)
Geef hieronder aan welke onderdelen bij het afdrukken of exporteren meegenomen dienen te worden.