Bestudeer de volgende drie Kennisbankitems.
Maak de volgende opgaven.
Gebruik de formule voor het berekenen van de `"omtrek"` van een cirkel.
Een cirkel heeft een `"straal"` van `4` `"cm"`.
Bereken de `"omtrek"` van de cirkel.
`"omtrek"` is kleiner dan `24`
`"omtrek"` is tussen `24` en `27`
`"omtrek"` is tussen `27` en `30`
`"omtrek"` is groter dan `30`
Bekijk de figuur.
Het figuur is een deel van een cirkel met `"straal"` `5`.
Bereken de `"omtrek"` van het figuur.
`"omtrek"` is kleiner dan `12`
`"omtrek"` is tussen de `12` en `15`
`"omtrek"` is tussen de `15` en `18`
`"omtrek"` is groter dan `18`
Bereken de `"oppervlakte"` van de cirkel.
`"oppervlakte"` is groter dan `60` `"cm"^2`
`"oppervlakte"` is tussen `57` en `60` `"cm"^2`
`"oppervlakte"` is kleiner dan `54` `"cm"^2`
`"oppervlakte"` is tussen `54` en `57` `"cm"^2`
Bereken de `"oppervlakte"` van het figuur.
`"oppervlakte"` is groter dan `26`
`"oppervlakte"` is tussen de `20` en `23`
`"oppervlakte"` is kleiner dan `20`
`"oppervlakte"` is tussen de `23` en `26`
Bekijk de figuur. Je ziet een cirkel met middelpunt M en een cirkel met middelpunt N. Van beide cirkels is de `"straal"` `3` `"cm"`.
Meer of minder?Voor alle punten in het blauwe vlak geldt:
1 = meer, 2 = meer
1 = minder, 2 = minder
1 = minder, 2 = meer
1 = meer, 2 = minder
Geef hieronder aan welke onderdelen bij het afdrukken of exporteren meegenomen dienen te worden.