Bekijk de afbeelding.

Op een schaakbord staan vier schaakstukken. Een koning (K), een toren (T), een pion (P) en een loper (L).
In de afbeelding zie je hoe je de stukken ziet staan als je vanaf voor en vanaf links naar het bord kijkt.
Op welk veld staat de toren?
En op welk veld de loper?